Veertig jaar Different: leven op het scherp van de snede

Veertig jaar Different: leven op het scherp van de snede

  • juli 2016
  • Posted By Ton van der Breggen
  • 0 Comments

Gods Woord bewaren, hoe doe je dat?

Koorddansen voor het oog van heel Nederland. Zo zou je de veelbewogen geschiedenis van Different kunnen noemen. Allerlei media vallen over je heen. Van de een mag je dit niet zeggen, van de ander mag je dat niet zeggen. Je blijft op tenen staan. Hoe bewaar je Gods Woord? Onlangs vierde Different zijn verjaardag in de vorm van een jubileumdag met verschillende sprekers.

Rond tien uur beginnen de mensen binnen te druppelen. Oude bekenden ontmoeten elkaar. „Hééé… hoe is het?” Na een kop koffie met een ‘Urker dikkerdje’ opent Richard Oostrum de dag. Hij herinnert zich glimlachend de onderbuikgevoelens die hij had als hij vroeger voor de deur van dit pand stond. De steile trap, de gesprekken met Johan van der Sluis…

Gert Hutte maakt vervolgens melding van het trieste feit dat er nog steeds veel homo’s zijn voor wie na hun coming out geen plaats meer is in de kerk. Hij is blij met de methodiek van Different, waarvan het hoofddoel is dat we Jezus gaan volgen en ontdekken wie we zijn in Hem. In alle omstandigheden van je leven is God bij je.

Mijn woord bewaard…

Alychet van der Hooning, de hoofdspreker van vandaag, start op de haar geheel eigen wijze met de biecht dat zij vanmorgen geen stille tijd gehouden heeft, omdat zij haar nagels „heel erg moest lakken”. Haar lezing heeft als thema ‘Leven op het scherp van de snede – balanceren tussen wet en genade, waarheid en liefde, kerk en samenleving’. Zij kreeg als verzoek te spreken over Openbaring 3:8: Gij hebt kleine kracht, maar gij hebt mijn woord bewaard en mijn naam niet geloochend. Alychet: „Daar kan ik niks mee. Ik heb daar zó veel associaties bij. Het klinkt alsof je jezelf een zielig slachtoffer maakt. Is het wel eerlijk om deze tekst op jezelf te betrekken? Zo van, de cultuur zit fout, maar wij doen het gelukkig goed! Van slachtoffer naar aanklager (de dramadriehoek). Het beschuldigende vingertje.” „‘Jullie hebben mijn woord bewaard’. Volgens de bedelingenleer gaat het hier om de eindtijdgemeente. Wij dus. Zijn woord bewaard… Wie? Wij? En heeft iemand als Justin Lee (auteur van Verscheurd, jdb) het dan niet bewaard? Is dat niet wat arrogant? Net als de 144.000 Jehovah’s Getuigen hebben wij het gered. Het klinkt een beetje triomfantelijk. Denk je dan nooit eens ‘heb ik het wel bij het juiste eind?’ Ja, ik wel hoor!” „Ik ook”, reageert iemand uit het publiek zachtjes. Alychet vermijdt de ‘gruwelteksten’. „Je blijft gewoon op tenen staan. Voor je het weet, heb je zelf geen been om op te staan. Op het scherp van de snede… Bij ons op koor zitten twee praktiserende homo’s, die vol overgave zingen. Op roze zaterdag gaat het koor zingen in een roze dienst. De reacties zijn zeer uiteenlopend. De één zegt: ‘Ik ga niet, want dan verleen ik medewerking aan iets wat niet Gods wil is.’ De ander zegt: ‘Ik ga wel, want ik zing van zijn glorie overal waar ik uitgenodigd word.’ De één zegt: ‘Jezus at met zondaren.’ De ander zegt: ‘Jezus zei: zondig niet meer!’ Wie bewaart er nu zijn woord? Wie heeft de goedkeuring van Jezus?” „En hoe zit het met Johannes 14? Sommigen leggen het zo uit: als je Gods Woord niet bewaart, blijft Hij niet bij je, houdt Hij niet van je, openbaart Hij zich niet aan je. Dat klinkt als voorwaardelijk en dus beangstigend. Cliënten kunnen daar erg mee zitten (terwijl juist zij intussen Gods woord wel degelijk bewaren!).” Veertig jaar Different gaat op het scherp van de snede: werkers gingen de mist in, er vielen klappen. „Different wil geen datingplek zijn. Cliënten dwingen je soms vanuit emotionele afhankelijkheid op het scherp van de snede te gaan staan: je mening te geven.” „Sommigen zeggen: de lat ligt bij Different zo hoog. Je mag eigenlijk niet zeggen dat je geen steek verdergekomen bent. Er wordt toch verondersteld dat je na een jaar of tien wel euh…” (Gegrinnik in de zaal.) „Dan verval je in wenselijk gedrag.” „Natuurlijk is er ook zegen. Mensen die écht tot ontplooiing gekomen zijn, vrijer geworden zijn. Toch zijn er ook die misschien vanuit wenselijk gedrag handelden, dat niet volhielden, en nu getraumatiseerd rondlopen door gevoelens van afwijzing.”

Luisteren

„Voordat je Gods woord kunt bewaren, moet je het eerst ontvangen. Luisteren dus. God zoekt mensen die willen luisteren. Izak krijgt van God te horen dat Hij hem zegent, omdat zijn vader naar God luisterde. In Jesaja 1 zegt God: als je naar Mij wilt luisteren, zal het goed met je gaan. Het begint niet met het juiste doen, maar met de Ander ontvangen in je hart. Maar in dat hart zit al zo veel. Psalm 119: ik berg uw woorden in mijn hart. Ze maken je vrij om te leven (Spreuken 4:22). Luisteren is ook herkennen: het briesje in de hof van Eden. Elia herkent God in het suizen van een zachte stilte. Bewaren, luisteren, herkennen, kennen.”

Twee manieren van kennen

Alychet wijst op een drieluik aan de wand. „Er zijn twee manieren van kennen: analytisch, rationeel, beschrijvend. Dan sta je op afstand. Je kunt ook zeggen: ‘wow, dat is mooi!’ Je wordt geraakt, het roept iets op, je krijgt er iets mee. Het kennen van God omvat beide, verstand en beleving. Het is een ontmoeting waarin je geraakt wordt, ervaringskennen, luisteren met je hart. Gods aanwezigheid op je in laten werken, geworteld en gehecht raken aan de echte God, met de ogen van je hart Hem zien. De woorden zijn al in je hart voordat je verstand erachteraan kan lopen. God kennen door met Hem om te gaan. ‘Je hebt Mij bewaard.’ Dat is iets anders dan je vastklampen aan ‘de juiste leer’. Licht wordt verspreid op de wagen van de liefde. Hem herkennen te midden van alle roerselen van je hart. Hoe zal ík God bewaren? Bij mij binnen is het een soort flipperkast, en dan hebben we ’t nog niet eens over de flipperkast van de samenleving om je heen.” Ze toont een matroesjka en maakt die open. „God in mij. En ik in God. Dit vind ik nou zo onwijs gaaf! Concepten zijn ook belangrijk”, benadrukt ze, „je hebt mijn woord bewaard, omdat Ik in je woon.”

Je hebt Mij niet verloochend

Petrus is in Kajafas’ huis, omdat hij Jezus liefheeft! En toch verloochent hij Hem. Hij is bezig zich te wortelen in Jezus: luisteren naar zijn stem en zijn woorden bewaren. De ene keer gaat het goed en de andere keer gaat het mis. Het is lastig om de stem van Jezus te horen als die net even naast je eigen cultuur en gewoontes is. Na de opstanding ligt de verloochenkwestie er nog. Jezus sluit aan bij waar Petrus is. ‘Ben je mijn vriend?’ Dan begint Jezus over het sterven van Petrus. In zijn sterven zal hij wél staande kunnen blijven.” Luisteren is een proces. „Waarover gaat het allemaal? Over God ontmoeten. Mensen helpen bij Jezus te komen.” Ze draait hulpeloos met haar Bijbel. „Je komt voor dilemma’s te staan. Wat je ook doet, mensen zullen het veroordelen, anderen zijn blij. Cliënten met een hulpvraag zijn werk in uitvoering. Heb lief!”

Oordeel op de loer

Kees Hemmes vertelt vervolgens over een gevoelig onderwerp in zijn leven. Ook hij signaleert dat het oordeel op de loer ligt, wat hij ook zegt. „Als ik geen zicht heb op Jezus, richt ik bij mezelf schade aan. Zicht op Jezus is erg belangrijk. Als ik ga focussen op vragen als ‘is het nou wel of niet goed’ et cetera, dan vertroebelt mijn zicht op Jezus. Nadat ik op mijn zeventiende Jezus had leren kennen, had ik jaren later tijdens een vakantie een Bileam-ervaring, ik kreeg het panisch benauwd. Ik stond op een bergtop en God wilde me iets duidelijk maken. ‘God, mag ik nu wel of niet homo zijn? Ik ga niet van deze berg af voor ik antwoord krijg’, zei ik. ‘Kees, je stelt de verkeerde vraag’, zei God. ‘Stel dat je homo zou mogen zijn, zou je het dan uit liefde voor Mij willen opgeven?’ Dat gaf de doorslag. God is meer dan ik, dus ik gaf het op.” „En toen? Trouwen en kinderen krijgen? Oudste worden in de gemeente? Huisje-boompje-beestje? Nou, dat had leuk kunnen klinken, maar zo ging het dus niet. De thema’s in mijn leven waren achtereenvolgens: 1. Mijn geloof is niet goed. 2. Ik ben slecht. 3. Ik voldoe niet aan de norm. Ik leed aan het Ananias & Safira-syndroom: ik had mezelf dan wel verloochend, maar ik wilde toch wel een beetje seks hebben. Ik vond het juk van Jezus niet zacht. Ik kwam ermee bij de Heer. ‘Kees, je bent welkom!’ Ja, maar mijn geloof is toch niet goed? ‘Ik veroordeel je niet.’ Ja, maar ik ben toch slecht? ‘Kees, ik verklaar je rein en heilig in Mij.’ Ja, maar ik voldoe niet aan de norm! ‘Kees, je bent mijn eigendom, je bent van Mij.’ Ik heb dat ingezogen, ik koesterde me in Jezus’ liefde voor mij. En wat een wonder: ik merkte dat de zonde uit mijn leven verdween. Toen ik me liet vullen met zijn reinheid en heiligheid, wilde ik niet meer vies worden met al die dingen die me besmetten. Ineens ontdekte ik: hé, ik kan het laten! Ik heb ontdekt dat ik Jezus nodig heb om mijn zonde te laten, en niet andersom! Wat een gekke gedachte, dat ik eerst de zonde zou moeten laten en dan pas bij Jezus zou mogen komen. Misschien ben ik wel de grootste zondaar. Ik kan je zo een waslijst geven. Maar Jezus reinigt en heiligt mij. God heeft zijn lankmoedigheid aan mij betoond en in zijn lankmoedigheid mag ik leven, opdat Jezus voor mij een licht zou zijn. Als ik kijk naar Hem, voel ik me uitgetild boven mezelf en zondig ik niet.”

Hoe God je ziet

„Ik kan zeggen dat ik een zoon van de Vader ben”. Aan het woord is Gerard Dijkstra, een jeugdige Fries die weggelopen kon zijn uit een Kameleon-boek. Hij wordt geïnterviewd door Richard Oostrum. Gerard is christelijk opgevoed, maar ontdekt tijdens zijn schooljaren zijn homoseksuele gevoelens. Dat voelt als thuiskomen. Toch wil hij méér, namelijk, échte liefde. „Als het te dichtbij kwam, ging óf ik weg, óf die ander.” Anderhalf jaar geleden greep God in. „Ik kreeg een burn-out en begon God te zoeken.” Hij worstelt met de vraag: ben ik nu voor een man gemaakt of voor een vrouw? Een totaal onbekend iemand zegt hem: „Hoe jij jezelf ziet, is niet hoe God jou ziet. Jij bent een zoon van de Vader. Wat God voor jou verlangt, is duizend keer meer dan wat jij zelf wilt”. Een paar maanden later heeft Gerard een bijzondere ervaring tijdens een dienst. Is hij nu vrij van homoseksuele gevoelens? „Nee, ik ben er nog mee bezig. Het zijn voor mij feestmomenten als mensen uit de kast komen. Ik zie iets in die ander wat ik in mezelf niet omarmd heb. Nu ga ik niet in schaamte of seksualiteit, maar ik zie de mooie karaktereigenschappen in de ander. Dat ervaar ik als een cadeautje van Jezus en daar dank ik Hem voor. Ik wil blijven hangen in die wolk van vreugde en vrede.” Hoe kan Different aansluiten bij Gerards generatie? „Haal de focus eraf. Verlang van binnenuit naar waarheid en echtheid, verwonder je over het leven om je heen en houd van mensen. Maak het vooral bespreekbaar en veroordeel mensen niet. Zeg het aan je ouders. Mijn ouders zeiden: ‘Gerard, het zal lastig worden, maar we houden van je!’ Dat is de kracht van de liefde. Als ze dat niet gezegd hadden, had ik hier nu niet gezeten.”

Roze verf

Johan van der Sluis blikt terug op de 32 jaar dat hij bij ‘het Heil’ werkte. Het door hem geschreven getuigenis, Ik ben niet meer zo, was de grondslag voor de oprichting van Different, destijds EHAH geheten. Naast hulpverlening was men vooral naar buiten gericht. „Het COC wilde ons niet te woord staan, het gebouw werd soms met roze verf beklad.” Ze werden benaderd door undercover journalisten, echter, de artikelen die over hen verschenen, waren niet alleen negatief. In de Tweede Kamer en in het Torentje mocht Johan komen vertellen over de missie van EHAH. Tot aan zijn pensioen heeft hij zijn werk met vreugde gedaan. De tekst uit 2 Korinthe 5:17, ‘indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden’, werd een thema in de hulpverlening. Zelf trouwde Johan na zijn verandering en dus werd hij onbewust het model waardoor mensen denken dat je alleen veranderd bent als je getrouwd bent. „Heb heel veel geduld met mensen, geef ze tijd om met hun gevoelens om te gaan en die een plek te geven. Ook als mensen andere keuzes maken, blijf ze steunen, blijf vriendschap met hen aangaan. Wees zeer barmhartig, laat de ander niet vallen (maar moedig ook niet aan). Stel Christus centraal in je leven. De volheid van God, het nieuwe leven met Christus, is groter. Door te wandelen in het licht is het niet moeilijk om nee te zeggen tegen de verkeerde levensstijl. „Ik kwam in een depressie terecht, maar leerde mijn oude mens voor dood houden en te leven vanuit Christus. Dit is een levenslang proces van in geloof staan, groei en snoei, maar God geeft in die omstandigheden verandering. Ik heb het geloof behouden”, constateert Johan.

‘Zelf opgetrokken kerker’

Ine Wildschut spreekt over ‘maar gij geheel anders, gij hebt Christus leren kennen’ en ‘gij hebt Christus aangedaan’. „Leg je oude leven af en bekleed je met Christus, vertrouw je leven aan Hem toe. In Hem ben je een nieuwe schepping.” Geheel anders. Maar wat is er dan anders? In 1972 komt Ine tot geloof. Verandert dat haar leven? „Ja en nee. Ik wist het met mijn hoofd. Er waren twee kanten in mijn leven. Ik wilde een goede christen zijn, huisje-boompje-beestje, geloof, kerk, ik was graag het braafste meisje van de klas. Ik werkte bij het Leger des Heils, en in een samenkomst dacht ik ineens: vanbuiten een witgeschilderd graf en vanbinnen vol van ongerechtigheid.” Ine loopt vast en bezoekt een psychiater. Er moet iets veranderen in die façade. Over één ding denkt en praat Ine echter niet: het feit dat zij lesbische gevoelens heeft. Op een avond heeft Ine een gesprek met collega’s over evangelisatie. En dan spreekt God tegen haar: „En jijzelf dan? Mag Ik jouw leven veranderen?” Ine durft aanvankelijk niet naar Different, uit schaamte. Later volgen er toch gesprekken. Ze pauzeert even vanwege oorverdovende sirenes van langsrazende hulpverleningsvoertuigen. „Ze zoeken jou”, mompelt iemand tegen zijn buurman. Zijn er nú dingen veranderd in Ines leven? „Ja en nee”, geeft ze aan. „De zelf opgetrokken kerker waar ik in zat, is opengebroken. Vanbuiten was ik sterk, vanbinnen zeer onzeker. Ik moest mezelf accepteren als vrouw. Op enig moment kon ik God zelfs danken voor het feit dat ik vrouw was. Ik leerde zien dat Hij goede dingen voor mij had. Ik begon mannen te waarderen. Toch bleven de lesbische gevoelens.” Het sirenetumult is net weggestorven als de vrolijke klanken van een draaiorgel Ines verhaal beginnen te omlijsten. Een orgeldraaier parkeert zijn pierement uitgerekend voor de deur. Buiten is gejoel, binnen grote hilariteit. „Ja, we zijn in Amsterdam en dat zullen we weten”, knikt mijn buurman berustend. „Ik begon gewenst gedrag te vertonen”, vervolgt Ine, „ik dacht dat ik graag zou openstaan voor een relatie met een man. Soms helpt gewenst gedrag om tot verandering te komen, en soms staat gewenst gedrag juist in de weg. Ik  ben wel gegroeid. Gods woord voor mij is dat ik geen relatie met een vrouw aanga.” Ine spreekt een vriendin die een relatie met een vrouw heeft en die haar verzekert: „Maar God houdt wel van mij.” Ook zij heeft therapie achter de rug en ook zij had zich uitgestrekt naar een ‘normaal’ leven. Enerzijds begrijpt Ine het wel, anderzijds niet. „Mag je nog tegen elkaar zeggen dat het zonde is? Het is niet Gods doel met ons leven. God zegt in het Oude Testament dat Hij echtscheiding haat. Toch heeft Hijzelf ook de scheidsbrief geregeld. God kent onze gebrokenheid, onze diepe nood en onmogelijkheid. We zijn een nieuwe schepping, maar er zijn nog zoveel dingen die nog niet in overeenstemming zijn. Het is er al en het is er nog niet. We leven in de hoop der heerlijkheid, met vallen en opstaan.”

‘Heer, hoe bedenkt U dit?’

Het getuigenis van ex-medewerker Dina Mazzolari is er een van wonderlijke leiding. Al luisterend tuimelt het publiek van de ene verbazing in de andere. Hoe zij bij Different terechtgekomen is… pure roeping! Het stemt hoopvol en blij. Dina stelt zich bijzonder kwetsbaar op wanneer ze vertelt hoe veroordelend zij richting haar beste vriendin geweest is toen die uit de kast kwam. En vervolgens zou juist Dína bij Different gaan werken? „Heer, hoe bedenkt U dit, om mij te vragen dit werk te doen, ik die zo veroordelend geweest ben!” Zij leest een column voor van wijlen Henk van Rhee, haar echtgenoot, naar aanleiding van een artikel van Theo de Bruijne. „Alleengaande christen-homo’s worden onbedoeld gemarginaliseerd, maar het is juist nodig dat hun weg in de kerk erkend wordt als de weg waarin de contouren van het kruis van Jezus doorschemeren. Zij zijn geen kneusjes, nee, zij gaan ons vóór. Voor veel orthodoxe gelovigen lijkt het in de kern bij het geloven niet meer te gaan om het zoeken van je leven in Jezus of om het laten kruisigen van je oude bestaan. De verwereldlijkte orthodoxie heeft de relatieloze christen-homo juist nodig als voorbeeld van heiliging. Ik hoop dat jullie gemarginaliseerd blijven, maar dan vóórop en niet achterop!” Richard geeft nog aan dat Different graag hier en daar wat spreekbeurten zou willen houden, want „de kerk weet ons steeds minder te vinden.” Hij sluit de dag af met gebed en daarna is er allerlei lekkers en zijn er fijne gesprekken: „Het is zó belangrijk om mensen niet te veroordelen, maar in liefde tegemoet te treden. Je hoeft niet te zeggen dat ze het verkeerd doen. Je hoeft alleen maar te zeggen dat God van hen houdt.”

Een beknopte versie van dit artikel werd eerder gepubliceerd in De Oogst, maandblad van Tot Heil des Volks.